AI op de spoed: hoogtechnologische zorg met respect voor de patiënt

UZ Brussel ambulance

Wat als ambulances medische gegevens automatisch doorsturen naar het ziekenhuis? Of als artificiële intelligentie hulpverleners helpt beslissen welke slachtoffers bij een ramp eerst behandeld moeten worden? Binnen het Europese Horizon-project ESCORT wordt onderzocht hoe digitale technologie, data en AI de spoedzorg efficiënter en beter kunnen maken. Experts van de Vrije Universiteit Brussel en het UZ Brussel, het ziekenhuis van de VUB, leggen uit hoe technologie de gezondheidszorg kan ondersteunen zonder de menselijke factor uit het oog te verliezen.  

Wat is het ESCORT-project precies? 
Ewout De Roock, projectmanager aan de VUB: “De officiële naam van het project is AI-enabled healthcare services during cross-border medical emergencies and regular patient services. Dat klinkt complex, maar het komt neer op één doel: kijken hoe artificiële intelligentie en digitale technologieën zorgverleners kunnen helpen, vooral bij spoedsituaties. Denk aan rampen, pandemieën of grote incidenten waarbij meerdere landen moeten samenwerken. Het project wordt gefinancierd door de Europese Commissie onder het EU HORIZON-framework en brengt verschillende partners samen: universiteiten, ziekenhuizen en technologiebedrijven. De technische partners ontwikkelen nieuwe tools en systemen, terwijl de klinische partners, zoals wij, testen of die in de praktijk werken.” 

Prof. dr. Ives Hubloue, diensthoofd van de Spoedgevallendienst van het UZ Brussel en hoogleraar in de urgentie- en rampengeneeskunde aan de Faculteit Geneeskunde en Farmacie van de VUB: “De kernvraag is eigenlijk heel eenvoudig: hoe kan technologie ons helpen om betere beslissingen te nemen in het voordeel van de patiënt? Zeker in rampensituaties komt er in korte tijd enorm veel informatie op hulpverleners af. AI kan helpen om die informatie sneller te analyseren en zo de kans op menselijke fouten te verkleinen.” 

Wat zijn de belangrijkste actiedomeinen van het project? 
De Roock: “We werken rond drie grote scenario’s. Een eerste is de zorg voor chronische patiënten. Daar proberen we technologie te ontwikkelen die ziekenhuisbezoeken van patiënten kan verminderen, bijvoorbeeld door monitoring op afstand. Een tweede domein is pandemievoorspelling. We proberen met algoritmes te detecteren wanneer een virus zich mogelijk snel zal verspreiden. Dat is natuurlijk complex, want zulke modellen hebben veel data nodig en die zijn niet altijd beschikbaar. Het derde scenario focust op grote incidenten of rampen, zoals aanslagen, natuurrampen of industriële ongevallen. In zulke situaties moeten verschillende hulpdiensten en ziekenhuizen vaak samenwerken, soms zelfs over landsgrenzen heen. Wij proberen technologie te ontwikkelen die die samenwerking efficiënter maakt.” 

Hubloue: “Europa is één grote gemeenschap, maar in de gezondheidszorg werken landen vaak nog volgens hun eigen systemen en procedures. Als je bijvoorbeeld bij een ramp ambulances uit verschillende landen moet inzetten, dan merk je dat die systemen niet altijd perfect op elkaar aansluiten. Dat proberen we met dit project beter op elkaar af te stemmen.” 

“AI kan ons helpen om sneller de juiste beslissing te nemen, maar de verantwoordelijkheid blijft altijd bij de arts” 

Kunnen jullie enkele concrete toepassingen geven? 
De Roock: “Een voorbeeld is de zogenoemde connected ambulance. Dat is een ziekenwagen die continu data kan doorsturen naar het ziekenhuis: vitale parameters van de patiënt, beelden van de situatie en medische gegevens. Daardoor kan het ziekenhuis zich al beter voorbereiden nog voor de patiënt aankomt.” 

Hubloue: “We gebruiken daarvoor onder meer augmented-realitybrillen. De hulpverlener in de ambulance kan beelden delen met specialisten in het ziekenhuis. Zo kan een chirurg bijvoorbeeld al meekijken naar een patiënt die vastzit in een wrak na een verkeersongeval.” 

De Roock: “Daarnaast werken we ook aan systemen die de administratieve last voor zorgverleners verminderen. Vandaag moeten zorgverleners bij elke patiënt heel wat gegevens manueel registreren. Met spraakherkenning en AI kunnen we dat proces automatiseren, zodat hulpverleners hun tijd met de patiënt kunnen maximaliseren.” 

Hubloue: “In rampengeneeskunde kijken we ook naar wearables: kleine sensoren die bijvoorbeeld bloeddruk, hartslag of zuurstofgehalte meten. Als je veel slachtoffers tegelijk hebt, kan AI die data analyseren en aangeven welke patiënten het meest dringend hulp nodig hebben.” 

Het onderzoek loopt tot het einde van dit jaar. Wat zijn de belangrijkste lessen tot nu toe? 
De Roock: “Een van de grootste uitdagingen is het omgaan met data. AI-systemen hebben veel data nodig om goed te werken, maar medische gegevens zijn uiteraard erg gevoelig. Dat maakt het soms moeilijk om voldoende datasets te verzamelen. Daarnaast merken we dat elk land zijn eigen procedures en technologieën heeft, wat de samenwerking binnen de EU complexer maakt.” 

Hubloue: “Maar tegelijk zien we ook hoe waardevol die samenwerking is. In Europa hebben we enorm veel expertise. Door met partners uit bijvoorbeeld Zweden, Italië en Duitsland samen te werken, leren we veel van elkaar. Wat mij vooral opvalt, is dat technologie alleen werkt als ze aansluit bij de realiteit van zorgverleners. Daarom testen we alles in simulaties en oefeningen. Het moet praktisch bruikbaar zijn; anders heeft het geen zin.” 

“Onze droom is dat technologie zorgverleners helpt zonder het menselijke contact met de patiënt te vervangen” 

Waar dromen jullie nog van? 
Hubloue: “Mijn droom is dat AI een soort extra assistent wordt op de spoeddienst. Stel dat een patiënt plots een gevaarlijke daling van de bloeddruk heeft. Dan kan een systeem ons meteen waarschuwen: ‘Let op, hier gebeurt iets.’ Het vervangt de arts niet, maar het helpt om niets te missen. Ook in medische beeldvorming gebeurt dat al. AI kan bijvoorbeeld op een scan een kleine breuk detecteren die een arts misschien over het hoofd ziet.” 

De Roock: “Ik denk dat we ook nog veel vooruitgang kunnen boeken in simulatie. Vandaag gebruiken we computersimulaties om rampen na te bootsen. In de toekomst willen we AI daarin implementeren, zodat die simulaties realistischer worden.” 

Stel dat er morgen een grote ramp gebeurt in Brussel. Zijn we daar beter op voorbereid dan enkele jaren geleden? 
Hubloue: “Ja en nee. We hebben veel geleerd uit recente crisissen, zoals de coronapandemie of de aanslagen in Europa. Daardoor zijn er betere plannen en procedures. Maar rampengeneeskunde blijft complex. Als er plots heel veel slachtoffers zijn, moet je moeilijke keuzes maken. Je kunt niet altijd iedereen tegelijk helpen. Daarom investeren we ook in opleiding en samenwerking, bijvoorbeeld met defensie. We trainen artsen en verpleegkundigen voor situaties die we gelukkig niet dagelijks meemaken, zoals oorlogswonden. Technologie kan daarbij helpen, maar uiteindelijk blijft het de mens die de beslissingen neemt.”

Prof. dr. Ives Hubloue is diensthoofd van de Spoedgevallendienst van het UZ Brussel en hoogleraar in de urgentie- en rampengeneeskunde aan de Faculteit geneeskunde en farmacie van de VUB. Hij werkt al bijna 40 jaar in het ziekenhuis en is oprichter van het Centre on Emergency & Disaster Medicine Brussels (CEDIMED Brussels). Zijn onderzoek focust op innovatie in de urgentie- en rampengeneeskunde, internationale samenwerking en de inzet van nieuwe technologieën zoals artificiële intelligentie in medische interventies. Binnen het Europese Horizon-project ESCORT vertegenwoordigt hij de VUB als hoofdonderzoeker. 

portret Ives Hubloue

Ewout De Roock studeerde sportwetenschappen aan de VUB. Na zijn studies ging hij aan de slag als projectmanager binnen de VUB, waar hij betrokken raakte bij internationale onderzoeksprojecten rond gezondheidszorginnovatie. Hij werkt momenteel aan het Europese Horizon-project ESCORT, dat onderzoekt hoe digitale technologie en artificiële intelligentie kunnen worden ingezet in spoedzorg en rampengeneeskunde. 

Portret Ewout De Roock