“Een wet alleen neemt stigma niet weg”
Sinds de decriminaliseringswet van 2022 is sekswerk in België juridisch erkend. VUB-onderzoeker Lara Vesentini, doctor in de Sociale Gezondheidswetenschappen, ging na of die hervorming ook een verschil maakt in de toegang van sekswerkers tot gezondheidszorg. “Het blijft belangrijk om zorgverleners beter vertrouwd te maken met het beroep van sekswerkers én hen duidelijk te maken dat mensen vrijwillig voor die job kunnen kiezen.”
Waarom was dit onderzoek nodig?
Lara Vesentini: “Het onderzoek is er gekomen naar aanleiding van de hervorming van het seksueel strafrecht in 2022. Sindsdien is sekswerk in België officieel erkend als beroep. Daarvoor werd sekswerk wel gedoogd, maar bleef het op papier strafbaar. Dat gaf allerlei problemen: sekswerkers konden bijvoorbeeld niet naar de bank stappen voor een lening of een boekhouder inschakelen. Zonder sociaal statuut hadden ze ook geen enkel vangnet bij een verminderd inkomen. Met de hervorming hoopte men vooral de situatie van sekswerkers te verbeteren. Wij wilden met ons onderzoek nagaan wat die verandering betekent voor hun toegang tot gezondheidszorg. Want net daar ervaren velen stigma, discriminatie en onbegrip.”
Wat zijn de belangrijkste gezondheidsnoden van sekswerkers?
“Klassieke thema’s zoals seksueel overdraagbare aandoeningen en anticonceptie blijven belangrijk. Maar wat opviel in ons onderzoek, zijn klachten zoals hoofdpijn en rugpijn. Die hangen uiteraard samen met de aard van het werk. Denk aan een erotisch masseuse, die lange tijd moet rechtstaan en veel repetitieve handelingen uitvoert. Ook mentale problemen kwamen sterk naar voren. Het stigma rond sekswerk blijft groot. Sekswerkers blijven vaak liever anoniem, uit schrik voor negatieve reacties. Het dubbelleven dat sommigen leiden en de bezorgdheid om ‘ontmaskerd’ te worden, zorgen voor veel druk en stress. Werkomstandigheden spelen ook mee. Die zijn niet altijd even veilig of hygiënisch en sekswerkers krijgen soms te maken met lastige klanten, wat hun welzijn ook onder druk zet.”
“Een nieuwe arbeidswet in 2024 stelt sekswerkers in staat om te werken onder officiële arbeidsovereenkomsten, met rechten als ziekteverlof, moederschapsverlof, pensioen en bescherming tegen ontslag”
Welke drempels ervaren sekswerkers in de reguliere gezondheidszorg?
“Veel sekswerkers vinden het niet makkelijk om open te zijn over hun beroep. Ze geven aan dat huisartsen – vaak het eerste aanspreekpunt in de zorg – soms negatief reageren of geen idee hebben van wat hun werk inhoudt. Ze botsen ook geregeld op aannames: artsen die niet geloven dat ze hun job vrijwillig doen of het linken aan mentale problemen. Daarbovenop komen praktische drempels, zoals lange wachttijden voor bloeduitslagen.”
Heeft de decriminalisering al effect op hun toegang tot zorg?
“Voorlopig nog niet. De interviews voor dit onderzoek vonden plaats in de zomer van 2023, ongeveer een jaar na de wetwijziging. Dat is te snel om grote conclusies te trekken; verandering vraagt tijd. Het blijft belangrijk om zorgverleners beter vertrouwd te maken met het beroep van sekswerkers én hen duidelijk te maken dat mensen vrijwillig voor die job kunnen kiezen. Op vlak van bewustwording is er dus nog werk. Ik vraag me ook af in welke mate de doorsnee Belg op de hoogte is van die decriminalisering. Zelfs de sekswerkers die we spraken, hadden geen duidelijk beeld van wat die nieuwe wet precies voor hen betekende. Een wetswijziging alleen volstaat trouwens niet. Die moet gepaard gaan met gerichte interventies die stigma en discriminatie wegwerken. Het maatschappelijke beeld rond sekswerk verandert niet van de ene dag op de andere. De decriminalisering heeft intussen wél het pad geëffend voor een nieuwe arbeidswet in 2024. Die stelt sekswerkers in staat om te werken onder officiële arbeidsovereenkomsten, met rechten zoals ziekteverlof, moederschapsverlof, pensioen en bescherming tegen ontslag bij weigering van klanten of bepaalde seksuele handelingen. Een belangrijke verbetering.”
“België is het eerste land in Europa dat sekswerk decriminaliseert en de arbeidswet aanpast”
Hoe belangrijk zijn sekswerkorganisaties in medische zorg?
“Heel belangrijk. Zulke organisaties werken vaak met mensen die zelf ervaring hebben in sekswerk. Zij kennen die wereld dus goed, zijn laagdrempelig en niet oordelend. Ze trekken proactief naar sekswerkers toe, bijvoorbeeld voor bloedafnames of het verzamelen van urinestalen, en vormen een belangrijke schakel in de gezondheidszorg. Voor sekswerkers zonder papieren zijn ze zelfs nog belangrijker, omdat zij zonder aansluiting bij een ziekenfonds nog moeilijker de weg naar de reguliere zorg vinden. Maar er blijven uitdagingen bestaan. Psychologische zorg zit bijvoorbeeld niet in hun aanbod, en in de reguliere zorg blijven de wachttijden lang. Door de veelheid aan organisaties is het voor nieuwkomers niet altijd duidelijk waar ze terechtkunnen. En hoewel sekswerkorganisaties sterk inzetten op outreach, kan het gebeuren dat iemand net met een klant bezig is en zo een informatie- of testmoment mist. Ik zie seksorganisaties ook als een belangrijke brug naar de reguliere zorg. Zij kunnen zorgverleners beter helpen begrijpen hoe ze sekswerkers kunnen ondersteunen, zodat er een beter wisselwerking ontstaat.”
Wat kunnen zorgverleners vandaag al anders doen?
“Sekswerkers benaderen zonder vooringenomenheid en veronderstellingen, daar begint alles bij. Ga er niet vanuit dat iemand mentale problemen heeft of het werk niet vrijwillig doet. Je mag daar natuurlijk naar polsen, maar vertrek niet van die aanname. Wees ook attent op de zwaarte van het beroep. Sekswerk kan mentaal belastend zijn, net zoals andere stressvolle jobs. Daar mag zeker aandacht voor zijn.”
Wat heeft je verrast in dit onderzoek?
Wat me vooral is bijgebleven, is hoe groot de opluchting kan zijn wanneer sekswerkers hun beroep wél durven benoemen bij hun arts. Respondenten vertelden hoe dit hen een enorm bevrijdend gevoel gaf en hen krachtiger maakte. Die openheid zien we vooral bij sekswerkers die al langer in het werkveld staan. Voor jonge sekswerkers blijft het vaak moeilijk. Maar zulke positieve verhalen zijn hoopvol. Het maakt me ook trots op België. We zijn het eerste land in Europa dat sekswerk decriminaliseert en de arbeidswet aanpast. Stigma en discriminatie bestaan zeker, maar vaak subtieler dan in landen zoals Amerika. Ja, zorgverleners missen soms kennis of stellen foute vragen, maar hun aannames vertrekken meestal vanuit een vorm van bezorgdheid, niet vanuit afwijzing. Er zit dus ook iets moois aan.”
“Mensen zonder papieren kunnen of durven niet zomaar gebruik te maken van de reguliere gezondheidszorg, omdat ze niet verzekerd zijn. Onze resultaten geven dus wellicht een te rooskleurig beeld van de realiteit”
Welke stemmen moeten nog gehoord worden?
“In dit onderzoek konden we enkel sekswerkers met de Belgische nationaliteit interviewen. De stem van mensen zonder papieren ontbreekt, terwijl net zij vaak in moeilijkere situaties zitten. Zij kunnen of durven niet zomaar gebruik te maken van de reguliere gezondheidszorg, omdat ze niet verzekerd zijn. Onze resultaten geven dus wellicht een te rooskleurig beeld van de realiteit. De nieuwe wetgeving probeert misbruik te beperken, maar kan sekswerkers zonder verblijfspapieren moeilijker beschermen. Zij moeten absoluut gehoord worden in toekomstig onderzoek.”
Wat maakt het thema voor jou persoonlijk interessant?
“Sekswerkers blijven een groep in een kwetsbare positie, die te weinig aandacht krijgt. Sekswerk wordt vaak het oudste beroep ter wereld genoemd. Dat geeft aan hoe belangrijk het is. Heel wat mensen hebben er nood en deugd aan. Ik vind het dan ook vanzelfsprekend dat sekswerkers recht hebben op sociale bescherming en veilige arbeidsomstandigheden. Onderzoek kan helpen om de positie van sekswerkers te versterken: wat hebben zij nodig en hoe kunnen we daaraan tegemoetkomen? En door hier over te communiceren, hoop ik sekswerk ook verder te kunnen normaliseren. Waarom kan het geen beroep zijn waar je trots op bent? Ik kijk uit naar initiatieven waarin sekswerkers officieel kunnen werken, binnen veilige en professionele structuren. Wie weet richt ik zelf iets op!”
Lara Vesentini is onderzoekster aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en verbonden aan de onderzoeksgroep MENT (Mental Health and Wellbeing Research Group). Als doctor in de Sociale Gezondheidswetenschappen specialiseert ze zich in seksuele gezondheid, intimiteit en seksualiteit, met bijzondere aandacht voor ethiek, grenskwesties en taboeonderwerpen. Daarnaast beschikt ze over ruime expertise in epidemiologisch onderzoek en zowel kwantitatieve als kwalitatieve methoden binnen de publieke geestelijke gezondheidszorg. Naast haar onderzoekswerk is ze actief betrokken bij het onderwijs aan de Faculteit Geneeskunde en Farmacie van de VUB.