“Emoties zijn voor de politiek een onmisbare bron van informatie”
Woede, angst, wrok: emoties vertellen wat mensen belangrijk, bedreigend of onrechtvaardig vinden. Dat is nuttige kennis in een democratie. Helaas wordt die kennis vaak niet opgepikt of in gepast beleid omgezet. Dat maakt de burger nog bozer. Daarom ontwikkelen VUB-onderzoekers nu nieuwe on- en offline praktijken. Die geven burgers en beleidsmakers de kans om samen aan nieuw beleid te werken, op een ‘emosensitieve’ manier. “De democratie moet emotioneel intelligent worden”, vindt VUB-professor Karen Celis.
Zoomsessies waar weinig volk op afkwam, boegeroep en over-en-weer-geschreeuw op bewonersvergaderingen, infoavonden die stilgelegd moesten worden: de emoties liepen meer dan eens hoog op tijdens de burgerparticipatie-initiatieven rond Good Move, het Brussels mobiliteitsplan.
Die emoties op zich zijn het probleem niet, stelt VUB-onderzoeker Sofie Marien. Wel de manier waarop ze ingezet en begeleid worden. Samen met Karen Celis en Thomas Legein (VUB) en Kai Alhanen (UHelsinki) ontwikkelt Sofie nieuwe, emotiegevoelige praktijken. Die moeten burgers en beleidsmakers de kans geven om ervaringen uit te wisselen en samen over oplossingen na te denken. Emoties zijn daarbij welkom, en zelfs een must.
Sofie Marien: “Als je emoties negeert of onderdrukt, keren ze naar binnen en verharden ze tot wrok en wantrouwen. Maar wanneer mensen hun ervaringen veilig kunnen delen en erkenning krijgen, kunnen diezelfde emoties omslaan in wederzijds begrip en collectieve betrokkenheid.”
Jullie onderzoek maakt deel uit van het Europees PLEDGE-project. Wat is dat?
Karen Celis: “PLEDGE staat voor Politics of Grievance and Democratic Governance, een grootschalig Horizon Europe onderzoeksproject dat loopt tot eind januari 2027. Die ‘politics of grievance’ laten zich moeilijk vertalen. Ressentimentspolitiek misschien? Of politiek van wrok of misnoegen? Het vertrekpunt is in elk geval dat veel mensen onrecht en achterstelling ervaren. Ze vinden dat ze geen kansen gekregen hebben, ervaren woede en machteloosheid, voelen zich vernederd, beschaamd en jaloers. Dit is onder andere het verhaal van de verliezers van de globalisering en de groeiende ongelijkheid in de maatschappij.”
Onze democratie kan blijkbaar slecht met die emoties om?
Karen: “Politici en beleidsmakers verkiezen een sereen, ‘rationeel’ debat. Emoties filteren ze liever weg. Dat is jammer, want gevoelens vertellen veel over wat de mensen bezighoudt. Door ze te negeren, mis je dus cruciale kennis. Politicologen noemen dat ‘affectieve kennis’ of ‘affectieve informatie’. Politici die deze vinger aan de pols niet hebben, slaan de bal gemakkelijk mis. Hun beleid sluit dan niet aan op de noden.”
“Een online debat voelt voor veel mensen snel onveilig aan”
Wat is jullie taak binnen dit grote PLEDGE-project?
Karen: “Emoties hebben een negatieve bijklank. Volgens ons kunnen ze de democratie net versterken. Het probleem is dat we nog geen goede beleidsprocessen hebben om dat op een constructieve manier te doen. Die infrastructuur willen we ontwikkelen. Daarom werken we nu aan die nieuwe emotiesensitieve praktijken, die de gevoelens van de mensen goed capteren en opbouwende debatten mogelijk maken, tussen beleid en burger en tussen burgers onderling. Onze Finse collega neemt het offline luik voor zijn rekening, wij het online luik.”
Jullie deden een beroep op focusgroepen en workshops. Wat kwam daaruit naar boven?
Sofie Marien (VUB-onderzoeker): “Toch vooral het belang van emotionele veiligheid in het debat. Burgers, politici en ambtenaren voelen zich vandaag vaak erg onveilig wanneer ze deelnemen aan online debatten en haken daarom af. Bijvoorbeeld het feit dat een onbekende op gelijk welk moment een comment kan geven op wat ze schrijven, voelt voor sommige burgers heel onveilig.”
Zo wordt een debat wel moeilijk?
Sofie: “Het komt erop aan om een veilige en respectvolle ruimte te creëren. In zo’n omgeving kunnen emoties net leiden tot erkenning, begrip en samenwerking Wanneer mensen in zo een omgeving over een maatschappelijk thema hun mening geven en in interactie gaan met andere burgers, kan dat zorgen voor empowerment. Ze merken dat ze niet als enigen met het thema bezig zijn, dat ze dit samen met anderen zouden kunnen aanpakken.”
Op Facebook zal dit niet lukken?
Sofie: “Facebook werd inderdaad vaak als onveilig ervaren. In de afgelopen jaren zijn er voor veel projecten speciale participatieplatformen ontwikkeld, in Brussel en elders. Die kun je hergebruiken voor nieuwe thema’s, met duidelijke afspraken en gespreksregels: beleefd blijven, niemand uitschelden, geen toxische taal gebruiken, enzovoort. Voor live gesprekken gelden dezelfde normen. Een moderator kan mensen terugfluiten wanneer ze de regels overtreden en vragen om al te ‘straffe’ uitspraken te herformuleren. ”
Dan heb je ook op online platformen een moderator nodig
Sofie: “Tegenwoordig kan ook dat met artificiële intelligentie. AI-systemen herkennen onbeschoft of toxisch taalgebruik nog terwijl het getypt wordt.”
Karen: “Het goede nieuws: dit is geen raketwetenschap. Via een aantal concrete interventies in bestaande processen kun je al veel doen om die emotionele veiligheid te garanderen.”
“Emoties mogen er niet voor zorgen dat andere mensen zich uit het gesprek terugtrekken”
Wat met de vrijheid van meningsuiting, hoor ik al iemand roepen?
Karen: “Die is van groot belang. Zeker in deliberatieve processen moeten mensen vrijuit kunnen spreken. Maar de manier waarop emoties met de boodschap mee binnenkomen, mag niet maken dat andere mensen ineenkrimpen en zich uit het gesprek terugtrekken. Dat zou wel een probleem zijn. Dat was voor mij toch een van de verrassingen uit die groepsgesprekken tijdens het onderzoek: het belang van emotionele representativiteit.”
Hoe bedoel je?
Karen: “Je moet ervoor zorgen dat alle verschillende bezorgdheden en gevoeligheden aan bod kunnen komen. Alleen dan kun je die affectieve informatie waarover we het daarnet hadden capteren. Als je toxische emotionaliteit te veel ruimte geeft, trekken een aantal mensen zich terug uit het proces. Dan houd je alleen de luide roepers en een gepolariseerd verhaal over. Dus: je mening geven mag, maar wel gefaciliteerd en gemodereerd, zodat de kwaliteit van het gesprek en de overdracht van informatie niet gesmoord worden.”
Een frappante vaststelling uit jullie onderzoek: eigenlijk zijn mensen niet in de allereerste plaats op zoek naar oplossingen voor hun problemen.
Sofie: “Ze hebben vooral een ontzettend grote nood aan erkenning van hun problemen. Ze willen gezien en gehoord worden in de maatschappij, erkend in hun gevoelens van machteloosheid. Die emosensitieve praktijken zijn daar zeker een goed instrument voor.”
Karen: “Stap één is begrijpen wat er leeft bij mensen, welke bezorgdheden ze hebben, wat de wortels van hun wrok en ergernis zijn. Pas dan kun je een beleidstechnische oplossing bedenken. Wanneer je daar later over communiceert, grijp je als beleidsmaker best terug naar die initiële problematiek en hoe die toen besproken werd. Dan komt je beleid écht binnen.”
“Ik pleit voor een positievere kijk op emoties”
Welke les kunnen politici en beleidsmakers uit jullie onderzoek trekken?
Karen: “Dat emoties een onmisbare bron van informatie zijn. Ze kunnen vervelend zijn en hard aankomen, maar je kunt er wel mee aan de slag. Ik pleit voor een positievere kijk op emoties. Je moet ze zien als politieke grondstoffen, om goede beslissingen te nemen en goed beleid te voeren. En dat in het hele proces: vanaf de input die de burgers geven over het maken van het beleid zelf tot en met de manier waarop je erover communiceert en rekenschap aflegt.”
Wat als je die emoties niet meeneemt?
Karen: “Dan laat je het veld openliggen voor politieke partijen die dat wel doen. Populistische en extreme partijen staan veel verder dan de centrumpartijen in de ontwikkeling van affectieve strategieën. We zetten die partijen vaak weg als ‘tegenpartijen’. Ze zijn tegen de elite, tegen het establishment, tegen dit en tegen dat. Maar eigenlijk zijn ze heel sterk in het brengen van een warm wij-verhaal. Ook al is het een wij-tegen-zij-verhaal waarin niet iedereen even welkom is.”
Centrumpartijen kunnen daar iets van leren?
Karen: “Dat vind ik wel. Ze moeten dringend werk maken van hun eigen affectieve strategieën en inspelen op de emoties van de mensen om ook een wij-verhaal te maken en verbinding te zoeken. Dat is geen emotionele manipulatie! Affectieve kennis is nodig om te weten waar burgers van wakker liggen.”
“Burgers hun emoties laten delen, is een vorm van vertrouwen.”
Misschien mijden politici emoties uit angst dat de zaken zouden escaleren?
Sofie: “Dat heb ik in de loop van ons onderzoek meerdere keren gehoord. Dat is jammer. Ruimtes creëren waar burgers dingen met elkaar en met beleidsmakers delen, is enorm waardevol. Er bestaan genoeg technieken om dit zo te modereren dat het voor iedereen een positief verhaal wordt."
Karen: “We hebben het vaak over het wantrouwen van burgers in de politiek. Maar de politiek wantrouwt de burgers evenzeer. Het vertrouwen moet van beide kanten opgebouwd worden. Burgers hun emoties laten delen, is een vorm van vertrouwen.”
Sofie: “Dat de gevoelens al eens hoog durven oplopen, is geen drama. Het hoort er soms bij.”
Professor Karen Celis doceert politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel en hoofd van de onderzoeksgroep Democratic Futures. Ze bestudeert hoe politieke systemen omgaan met ongelijkheid en ondervertegenwoordiging en ontwikkelt nieuwe manieren om democratische besluitvorming te verbeteren. Ze is principal investigator en promotor van de VUB-bijdrage aan het Europees onderzoeksproject PLEDGE.
VUB-onderzoeker Sofie Marien (spreek uit als Mariën) werkt samen met professor Karen Celis (VUB), postdoctoraal onderzoeker Thomas Legein (VUB) en Kai Alhanen (UHelsinki) op de PLEDGE-onderzoekslijn rond emosensitieve democratische vernieuwing. Haar academische expertise brengt ze in de praktijk bij Tree company. Dit innovatiebureau voor online democratie ontwikkelt onder andere digitale debattools en participatieplatformen en is ook bekend van de Stemtest.