VUB kleurt vrouwelijk

2 VUB wetenschappers

Aan de Vrije Universiteit Brussel is ‘vrouw’ allang geen voetnoot meer. De cijfers zeggen alles. In de aula’s is 59% van de studenten vrouw. Van al het personeel – academici en medewerkers – is de helft vrouw, en ook in de bestuurskamers nemen vrouwen een zichtbare plaats in. Tegelijkertijd klopt een nieuwe lichting jonge vrouwelijke onderzoekers op de deur van de top. 

De vervrouwelijking van het studentenkorps is revolutionair te noemen, dat zie je bij alle universiteiten. Aan de VUB is het bij enkele faculteiten zelfs volledig omgeslagen in een ruime meerderheid. De faculteit Psychologie & Educatiewetenschappen is met 84% vrouwen daar het meest extreme voorbeeld van, gevolgd door Recht & Criminologie (73%), Geneeskunde & Farmacie (69%) en Letteren & Wijsbegeerte (66%) Onderaan de lijst staat de traditioneel mannelijke opleiding Ingenieurswetenschappen met een kwart vrouwen. 

Aan het begin van de academische loopbaan aan de VUB zijn vrouwen en mannen in balans: de helft van de doctorandi is vrouw. Ze staan te dringen voor de poort. Na de verdediging wordt het pad wat smaller: bij postdocs zakt het aandeel naar 40,5% vrouwen. Even hogerop in het professorenkorps (het Zelfstandig Academisch Personeel) is 35,5% vrouw. Bij de ultieme top daarvan, de gewone en buitengewone hoogleraren, is het 21,6%. Dat percentage neemt wel stilaan toe en als de trend aanhoudt, behaalt de VUB in 2037 een 50/50-balans. Natuurlijk duurt dat nog even, maar in Vlaanderen is de VUB samen met UHasselt koploper als je het aantal vrouwen onder de academici telt. 

Cijfers over Vrouwen aan de VUB

De motor van de organisatie

Achter de schermen is de VUB overduidelijk vrouwelijk: bij het Administratief en Technisch Personeel (ATP) zijn 906 van de 1.414 medewerkers vrouwen. In die machinekamer bepalen ook diensthoofden mee de koers: zo leidt Sonja Haesen als directeur VUB TechTransfer de operationele dienst van het vicerectoraat Innovatie & Valorisatie. En bij het vicerectoraat Onderzoek bouwt directeur Mieke Gijsemans intussen het onderzoeksbeleid en de centrale onderzoeksadministratie uit.

Besturen met brede instroom

De VUB wil 1/3de vrouwen in de besturen. In 2025 maakten vrouwen 38% van de Universiteitsraad uit, 32% van de Academische Raad en 30% van de raad van bestuur. In de domeinraden oogt het nog sterker: De Onderwijsraad, Onderzoeksraad en Raad Internationaal Beleid hebben allemaal meer dan 50% vrouwen. De Innovatie‑ en Valorisatieraad zit op 31%. In die laatste zitten veel professoren, maar in de meeste besturen zitten ook ATP‑vertegenwoordigers, studenten en externe leden aan tafel — onder wie vrouwelijke leden als de gerenommeerde juriste Natasja Degrieck en ICT-topvrouw Martine Tempels.

Wat helpt jonge onderzoeksters vooruit?

Gelijkheid en diversiteit zijn intussen ingebed in de organisatie. Het recentste Gender Equality Plan 2023–2027 zet in op aanwerving zonder bias, doorgroei en een respectvolle werkcultuur. Als je bij de VUB solliciteert, word je door een divers samengestelde jury beoordeeld op basis van duidelijke criteria. Elke kandidaat heeft recht op heldere feedback. Nieuwe werknemers krijgen brede ondersteuning: een warm onthaal, snelle toegang tot de kantoren en apparatuur, en zelfs een buddy.  

Jonge onderzoekers krijgen schrijf‑ en leiderschapstraining, mentoring en regelmatige loopbaangesprekken. De VUB bewaakt de werkdruk, begrenst lesopdrachten en biedt bij ouderschap flexibele roosters en, waar nodig, extra tijd of contractverlenging. Een duidelijke gedragscode, vertrouwenspersonen en snelle bemiddeling zorgen voor een veilige werkplek. Daarmee wil de VUB de voorwaarden bieden om jonge vrouwelijke postdocs te laten blijven in plaats van af te haken. 

Een universiteit die vrouwen echt ziet — in de aula, in de organisatie en aan de knoppen — creëert rolmodellen, toegankelijke processen en besluitvorming die de community weerspiegelt. Voor de jonge vrouwelijke onderzoeker betekent dat: een sterke start, heldere paden, en realistische kansen om door te groeien naar professor. Voor de VUB betekent het: kwaliteit die breder wordt gedragen, en impact die sneller landt. 

"Aan de VUB heb ik me nooit 'anders' behandeld gevoeld omdat ik een vrouw ben" 

Sonja Haesen, directeur VUB Techtransfer

Sonja Haesen: “Ik studeerde biologie aan de VUB en kon na mijn doctoraat meteen aan de slag bij mijn alma mater, precies op het moment dat valorisatie van onderzoek—kennis laten doorstromen naar de samenleving—echt vaart kreeg. Dat voelde als een prima timing: ik kon wetenschap verbinden met impact en ik heb daarbij nooit het gevoel gehad dat mijn kansen kleiner waren omdat ik een vrouw ben."

Sonja Haesen Portret

"Pas later besefte ik hoe vormend mijn eerste mentor was: Micheline Kirsch‑Volders, mijn promotor. Van haar leerde ik de frisse reflex om eerst te luisteren, niet te snel te oordelen, en ‘koppig’ eigen gelijk in te ruilen voor het zoeken naar oplossingen. Altijd voor ogen houden dat je met mensen werkt die ook hard hun best doen."

"Toen ik begon, lagen de verhoudingen anders en gelukkig is er veel veranderd. Aan de VUB heb ik me echter nooit ‘anders’ behandeld gevoeld omdat ik een vrouw ben: merits bleken toch zwaarder door te wegen, gelukkig maar."

"Ik heb geen kinderen en heb me met plezier stevig in mijn werk gezet. Dat betekende ook: zelf waken over die work‑life balance. Na COVID bracht hybride werken precies wat ik nodig had: efficiënter met tijd omgaan, onder meer door minder te pendelen. Het zijn uren die je terugwint voor efficiënter werk en tijd voor collega’s, en het laat vooral meer focus toe. Dat de VUB die flexibiliteit toelaat waar het kan, maakt een wereld van verschil. Het houdt het werk menselijk én duurzaam.” 

"Misschien ben ik net iets gevoeliger voor de rechtvaardige behandeling van vrouwelijke onderzoekers"

Mieke Gijsemans, directeur VUB Onderzoek

Mieke Gijsemans: “In de 40 jaar dat ik aan de VUB werk, heb ik van heel veel mensen kansen gekregen en met talloze boeiende persoonlijkheden samengewerkt. Dat is verrijkend als mens. Het voortdurende contact met gedreven wetenschappers heb ik altijd als een geschenk ervaren—het gaf me precies die energie en dat enthousiasme om te blijven gaan."

Mieke Gijsemans portret

"Wat ik als vrouw heb kunnen toevoegen? Misschien ben ik net iets gevoeliger voor de rechtvaardige of onrechtvaardige behandeling van vrouwelijke onderzoekers. Ik merk het sneller op, benoem het, en probeer er iets aan te doen—constructief, zonder de dialoog te verliezen."

"Drempels waren er zeker in het begin. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig bevond je je als jonge vrouw in een overwegend mannelijke wereld, en moest je je constant bewijzen: je dossiers extra goed kennen en bij besprekingen op je strepen staan. Dat voelde soms hard, maar het heeft me gevormd. Gelukkig is dat vandaag anders." 

"Wat de work‑life balance betreft: ik heb persoonlijk nooit grote problemen ervaren, ook omdat ik omringd ben door een super efficiënt team. Voor elkaar inspringen als het nodig is, is bij ons bijna vanzelfsprekend. Tegelijk besef ik dat sommige functies nu eenmaal veel tijd en betrokkenheid vragen—dat hoort erbij. Met een hecht team, heldere afspraken en wederzijds vertrouwen blijft het werk niet alleen haalbaar, maar ook zinvol en motiverend.”