Die ene vrouw
De aanwezigheid van vrouwelijke onderzoekers in de academische rangen van de Vrije Universiteit Brussel groeide de voorbije decennia, maar bleef lang — in vergelijking met de studenten en het ondersteunend personeel — opvallend achter. Vrouwen stroomden trager door, belandden vaker in tijdelijke functies en botsten op grotere obstakels voor topfuncties als decaan, directeur of rector. Oud-rector Caroline Pauwels: “Het is een strijd van vrouwen en mannen samen, tegen elke vorm van ongelijkheid, achterstelling en onvrijheid.”
“De enige vrouw zijn op dat niveau is geen gemakkelijke positie. In de eerste plaats had je een man nodig die je voordroeg, anders kwam je er niet. En ten tweede had je geen andere keuze dan je te gedragen als een man. Dat was de enige manier om je doelen te bereiken.”
Aan het woord: Els Witte, in 1994 de eerste vrouwelijke rector aan de VUB en de tweede in België. Haar aanstelling was een eerste hoogtepunt voor de rol van vrouwelijke wetenschappers aan de VUB. Maar het was zeker niet structureel. Het was juist uitzonderlijk dat een vrouw zo hoog was opgeklommen in de universitaire organisatie. Tot dan toe was er weinig aandacht geweest voor vrouwelijke academici aan de VUB en andere universiteiten.
Ook Els Witte zelf heeft niet voor een ommekeer kunnen zorgen. Ondanks haar enorme statuur en landelijke bekendheid als historicus, moest ze tijdens haar rectorschap van 1994 tot 2000 vooral hameren op het belang van een Vlaamse universiteit in Brussel en vechten tegen bezuinigingen. “Als vrouw was het niet altijd gemakkelijk in een mannenwereld. Dat was niet alleen zo aan de VUB, ik ondervond hetzelfde als voorzitter van de Raad van Bestuur van de VRT. In die tijd had je nauwelijks vrouwen op hoge posities. Ik was heel dikwijls ‘die ene vrouw’ die erbij was gevraagd omdat een aantal vrouwvriendelijke mannen vonden dat het anders moest.”
De cultuur aan de VUB was natuurlijk een weerspiegeling van de tijdsgeest. Maar er waren in de eerste jaren van de universiteit ook andere katten te geselen. Alleen al de oprichting in 1970 en de instandhouding van een Nederlandstalige universiteit in het verfranste Brussel vergde veel energie. De grote prioriteit in die periode was bovendien de democratisering van het hoger onderwijs. De universiteit moest onderwijs voor alle lagen van de bevolking toegankelijk maken. Dat meisjes daar ook onderdeel van uitmaakten, behoorde niet tot het algemeen besef. En dan de voortdurende strijd om financiering: de Belgische overheid verminderde tussen 1970 en 1991 haar bijdrage aan universiteiten van 0,61 % naar 0,41% van het Bruto Nationaal Product.
Schijnbare vooruitgang
De interesse voor de positie van vrouwelijke wetenschappers aan de universiteiten van Vlaanderen is maar heel langzaam gegroeid. Pas in 1992 maakte de Vlaamse Interuniversitaire Raad in haar rapporten een onderscheid tussen man en vrouw. Lang vormden vrouwen een kleine minderheid in de academische wereld en bereikten ze zelden de top. Maar de VUB stak als progressieve universiteit wel boven het Vlaamse landschap uit. Bij het Zelfstandig Academisch Personeel (ZAP) lag in 1994 het aandeel vrouwen aan de VUB hoger dan bij verschillende andere universiteiten. Ook bij de andere vrouwelijke onderzoekers was dit het geval.
Toch was het succes aan de VUB ook deels schijn. Aan de VUB verdrievoudigde het aantal vrouwelijke studenten tussen 1973 en 1993. Maar het aandeel vrouwelijke onderzoekers steeg slechts van 17,6% naar 27%. Volgens historica Machteld De Metsenaere, in het boek De tuin van Akademos, begonnen vrouwen veel vaker onderaan in tijdelijke assistentschappen met weinig doorgroeikansen. Wie zo startte, haakte ook nog eens sneller af: ruim 90% van de vrouwen slaagde er niet in om een vaste benoeming binnen te halen. 85% van de mannen deed dat wel. En als je als vrouw wel die horde had genomen, kreeg je minder vaak promotie: slechts 5,5% van de vrouwen werd docent en amper 1,8% stroomde door tot hoogleraar.
Een grote sprong
Na het rectorschap van Els Witte was het 5 jaar wachten tot de VUB weer een grote sprong vooruit maakte. In 2005 lanceerde de VUB het diversiteitsplan. Machteld De Metsenaere was trouwens ook hier een initiatiefnemer van. Met dit plan werd de aandacht voor de positie van vrouwelijke academici structureel verankerd in het beleid van de universiteit. De VUB was daarmee de eerste in Vlaanderen. In 2005 waren vrouwen al goed vertegenwoordigd onder de jonge onderzoekers, maar hogerop in de hiërarchie stokte de opmars. Tijdelijke aanstellingen, een ongelijke zorglast en academische gewoontes 'die nog te vaak volgens mannelijke normen werkten' knepen de 'pijplijn' dicht. De VUB zette daarom in op diverser samengestelde commissies, betere begeleiding en flexibelere loopbanen.
De winst volgde: het aandeel vrouwelijke professoren steeg van circa 20% in 2010 naar 26,4% in 2013, maar de top bleef smal. Het Genderactieplan in 2014 moest de organisatie verder opentrekken voor vrouwen. Er werden streefcijfers per faculteit ingevoerd, selectie‑ en benoemingscommissies moesten minstens één derde vrouwen tellen en junioronderzoeksters kregen gerichte coaching en ondersteuning bij de combinatie werk‑privé. Daarna pakte het Gelijkheidsactieplan 2019–2021 nog verder uit: bias‑trainingen, inclusieve vacatureteksten, strikte monitoring en een zichtbare equality‑werking kwamen erbij. De vooruitgang zette door, maar de grens van één derde vrouwelijke professoren werd nog niet doorbroken.
Daarom legde de VUB in 2024–2026 in het Gender Equality Plan het minimum expliciet op 33% vrouwelijke professoren, breidde ze de monitoring van selecties uit, lanceerde ze doelgerichte training en startte een piloot‑mentoringproject voor loopbanen van personeel. Tegelijk werden werk‑privémaatregelen versterkt—van fondsen om vervanging te regelen en flexibele werkvormen tot borstvoedings‑ en kolfvoorzieningen—en kreeg het meldpunt voor welzijn en ongewenst gedrag (YANA, You Are Not Alone) een vaste plek met heldere procedures. Tot slot verbond de universiteit haar ambities aan duidelijke verantwoordelijkheden, een jaarlijkse voortgangsrapportage en een transparant promotiekader voor het academische personeel, zodat doorstroom zichtbaar en duurzaam wordt.
Break down the walls
Het verhaal tot op heden is geen optelsom van losse initiatieven, maar een structurele cultuurverandering: de ‘pijplijn’ is verbreed aan de instroom, ondersteund in het midden en opengemaakt aan de top—zodat talent niet langer weglekt, maar doorstroomt naar waar het hoort: de academische ruggengraat van de VUB.
Deze lange strijd voor academische vrouwen culmineerde in het rectorschap van Caroline Pauwels (2016–2022). Ze overleed op 5 augustus 2022 tijdens haar tweede mandaat, maar haar wetenschappelijke kennis, ideeën, mildheid en publieke présence blijven de universiteit, de stad en Vlaanderen meebepalen. Als vrouwelijke rector zette ze vanaf haar eerste openingsrede de toon: "Break down the walls"—de spreekwoordelijke muren tussen campus en stad, tussen disciplines en zelfs tussen wetenschap en kunst moesten worden neergehaald.
Zo positioneerde ze de VUB expliciet als urban engaged university. Haar invloed werkt tot op de dag van vandaag door. Haar boek Ode aan de verwondering is een klassieker aan het worden en wordt momenteel zowel in Vlaanderen als Wallonië ook in de theaterzalen gebracht. Het warm‑humanistische kompas van Caroline Pauwels blijft een breed publiek bereiken.
Ze schrijft in haar boek Ronduit dat de strijd voor vrouwenrechten er een is voor gelijkheid. “Het is allesbehalve een strijd van vrouwen tegen mannen. Mannen zouden juist voor vrouwenrechten moeten opkomen. Het is een strijd van vrouwen en mannen samen, tegen elke vorm van ongelijkheid, achterstelling en onvrijheid. Het is bovenal een strijd voor menselijkheid en mildheid. Maar feminisme is een huis met vele kamers en er bestaat, ook onder feministen, wel wat verschil van mening over wat we nu precies onder de term moeten verstaan. Toch lijkt me die minimale omschrijving van wat we onder feminisme verstaan — streven naar gelijke rechten voor mannen en vrouwen — voorlopig voldoende om minstens van elkaar te weten waarover we het hebben. Feminisme is humanisme.”
Tegenwoordig beseffen we in de maatschappij en aan de VUB dat vrouwelijke onderzoekers geen voetnoot in de geschiedenis zijn. Vaak zijn ze zelfs de motor van vernieuwing in de wetenschap - van het rekenwerk achter digitale beelden tot immunotherapie, van AI‑klimaatmodellen tot genderwetenschap en zorg. De universiteit blijft vrouwelijke academici stimuleren met concrete maatregels én met zichtbare rolmodellen die een nieuwe generatie ‘zien en worden’ laten samenvallen.
Vrouwelijke wetenschapsiconen
Dit beleid heeft vrouwen steeds meer de mogelijkheid gegeven om hun talenten te ontplooien. In haar geschiedenis heeft de VUB veel grote vrouwelijke wetenschappers voortgebracht, wiens capaciteiten anders misschien wel onderdrukt waren gebleven. Hier noemen we enkele voorbeelden die wereldwijd in de wetenschap naam hebben gemaakt.
In de exacte wetenschappen trok Irina Veretennicoff de horizon open. Na haar doctoraat in 1973 bouwde ze aan opleidingen in toegepaste fysica en fotonica, en zette ze de VUB internationaal op de kaart met onderzoek van niet‑lineaire optica tot metamaterialen. Uniek: in 1990 kreeg ze als eerste vrouw én eerste buitenlander de Russische Staatsprijs voor Fysica en Wiskunde.
Aan de grens van kosmos en deeltjes bouwde Catherine De Clercq een nieuw onderzoeksveld uit: astrodeeltjesfysica. Ze startte de Belgische inbreng in het IceCube‑neutrino‑observatorium en geldt als grondlegger van het domein in Vlaanderen — een nalatenschap die ook na haar emeritaat doorwerkt.
Vera Rogiers verlegde intussen de ethische en methodologische bakens in de toxicologie. Als jarenlang hoofd van de onderzoeksgroep In Vitro Toxicology and Dermato-Cosmetology (IVTD) en later directeur van het Innovation Centre‑3Rs maakte ze van de VUB een referentie voor proefdiervrije onderzoeksmethoden; tegelijk adviseert ze Europa als co‑chair van het Scientific Committee on Consumer Safety (SCCS) over consumentenveiligheid.
En de erfenis reikt tot ver buiten Brussel: Ingrid Daubechies, VUB‑alumna en wereldautoriteit in de wavelet‑theorie achter moderne beeldcompressie en medische beeldvorming, ontving begin 2025 de National Medal of Science in Washington; tegelijk bleef ze de Brusselse campus opzoeken als gastdocent en bezieler van Wiskunnend Wiske, de VUB‑wedstrijd die meisjes expliciet wil prikkelen voor wiskunde. The New York Times noemde haar "The Godmother of the Digital Image".
Soms erkent de VUB historische impact van buitenaf: Marleen Temmerman kreeg in 2011 een eredoctoraat voor haar wereldwijde werk rond reproductieve gezondheid — een signaal dat vrouwelijke wetenschappelijke draagkracht ook de maatschappelijke agenda bepaalt.
Deze vrouwelijke topwetenschappers uit het verleden zijn de voorlopers van de huidige generatie. Zij zijn talrijker dan ooit, hebben meer invloed dan ooit en bewijzen dat we geen talenten mogen verspillen.