“Fundamentele wetenschap heeft tijd nodig. En vertrouwen”

IVF

Wat gebeurt er in de allereerste dagen van een mensenleven? En waarom loopt ontwikkeling soms al mis nog voor een zwangerschap goed en wel begonnen is? Aan de VUB zoekt stamcelonderzoeker Claudia Spits antwoorden op die vragen. Met fundamenteel onderzoek aan het prille begin van de menselijke ontwikkeling probeert ze te begrijpen waar subtiele genetische verschillen een rol spelen. 

Prof. dr. Claudia Spits is onderzoeksprofessor aan de VUB en verbonden aan de onderzoeksgroep Genetics Reproduction and Development (GRAD). Haar onderzoek situeert zich op het snijvlak van embryologie, genetica en stamcelbiologie. Centraal staat één grote vraag: hoe ontwikkelt een mens zich in de eerste dagen na de bevruchting, en welke genetische factoren sturen dat proces — of doen het ontsporen? 

Om die vroege ontwikkelingsfase te bestuderen, werkt haar team met pluripotente stamcellen, cellen die zich nog tot vrijwel elk type lichaamscel kunnen ontwikkelen. “Je kunt ze vergelijken met blanco bouwstenen,” zegt Spits. “Door te volgen hoe die cellen zich gedragen, leren we hoe ontwikkeling normaal verloopt en waar het soms fout loopt.” Daarnaast gebruikt de groep ook embryo-achtige modellen, zorgvuldig opgebouwde celstructuren die bepaalde kenmerken van vroege embryo’s nabootsen. Die modellen laten onderzoekers toe om processen te bestuderen die bij de mens ethisch en praktisch moeilijk rechtstreeks te observeren zijn.

Langlopende ondersteuning maakt bredere onderzoeksvisie mogelijk

De vragen die Spits onderzoekt, laten zich niet snel beantwoorden. “Ontwikkeling is geen aan-uitknop,” zegt ze. “Kleine verschillen in de allereerste dagen kunnen later grote gevolgen hebben.” Net daarom is de Methusalemfinanciering van de Vlaamse overheid zo belangrijk voor haar werk. Die langlopende ondersteuning geeft onderzoekers niet alleen middelen, maar vooral ruimte om een bredere onderzoeksvisie uit te bouwen. “Je zit niet vast aan één afgelijnd project,” zegt Spits. “Je kunt investeren in mensen, infrastructuur en ideeën die risicovol zijn, maar potentieel heel vernieuwend. Dat kan alleen als je weet dat je tijd krijgt.” 

“Ik sta op de schouders van reuzen, maar ik beschouw het ook als een verantwoordelijkheid. Je moet de onderzoekslijn niet alleen verderzetten, maar ook vernieuwen” 

Het Methusalem-programma dat vandaag onder haar leiding staat, bouwt voort op een lange traditie aan de VUB. De onderzoekslijn werd ooit opgezet door professor Inge Liebaers en later verder uitgebouwd door professor Karen Sermon. Na de meest recente evaluatie kwam het naar Spits. “Ik sta op de schouders van reuzen,” zegt ze. “Maar ik beschouw het ook als een verantwoordelijkheid: je moet die lijn niet alleen verderzetten, maar ook vernieuwen.” 

Haperende energiecentrales

Een concreet voorbeeld van wat die langetermijnvisie mogelijk maakt, is het onderzoek van haar team naar mitochondriale genetica in de context van vruchtbaarheidsbehandelingen. Mitochondriën zijn de energiecentrales van onze cellen en hebben hun eigen DNA. Lange tijd werd aangenomen dat kleine genetische variaties daarin weinig betekenis hadden, zolang ze geen ziekte veroorzaakten. 
“Wij hadden de hypothese dat zelfs milde variatie al invloed kan hebben op vroege ontwikkeling,” zegt Spits. “Maar dat idee werd aanvankelijk als te speculatief beschouwd.” Dankzij de Methusalem-financiering kon het team die piste toch volgen. Het onderzoek leidde tot een publicatie in Nature Communications en hielp een klinische observatie verklaren die al langer bekend was: kinderen die geboren worden na vruchtbaarheidsbehandelingen hebben gemiddeld een iets lager geboortegewicht. “Het effect is klein,” nuanceert Spits, “maar het is belangrijk dat we begrijpen waar het vandaan komt. Zo verschuift de discussie van ‘we zien een verschil’ naar ‘we begrijpen waarom’.” 

Onderzoeker aan het werk in labo

Ethiek en emoties spelen mee

Naast fundamenteel onderzoek werkt haar groep ook nauw samen met de klinische praktijk, onder meer rond de genetische oorzaken van infertiliteit en ontwikkelingsfalen. “Niet elk onderzoek leidt meteen tot een behandeling,” zegt Spits. “Maar soms kunnen we wel een diagnose stellen. En voor veel mensen is dat al heel waardevol. Begrip kan rust geven.” 

Onderzoek naar vroege menselijke ontwikkeling raakt onvermijdelijk aan ethische vragen. Volgens Spits heeft België daarin een sterk en helder kader, waar de VUB een belangrijke rol in speelde. “Toen ik begin jaren 2000 vanuit Spanje naar België kwam, viel me op hoe open en zorgvuldig men hier met deze materie omgaat,” zegt ze. “Dat is geen rem op onderzoek, maar een voorwaarde voor kwaliteit.” 

Tegelijk is het thema emotioneel beladen. “Als je werkt rond fertiliteit en kinderen, besef je heel snel dat dit geen abstracte wetenschap is,” zegt ze. Dat werd voor haar ook persoonlijk voelbaar. “Het mitochondriale onderzoek startte kort na de geboorte van mijn eerste kind. En terwijl dat project liep, waren wij zelf bezig met de vraag of we nog een tweede kind wilden.” Die combinatie maakte haar extra bewust van de verantwoordelijkheid die onderzoekers en clinici dragen. “Wetenschap geeft zelden simpele ja-of-nee-antwoorden. Mensen maken beslissingen in een emotioneel complexe context.” 

“Excellentie is iets anders dan perfectie. Perfectionisme is de vijand van vooruitgang – en van geluk” 

Als ze vooruitkijkt, ziet Spits een onderzoeksveld in volle versnelling. Nieuwe technieken maken het mogelijk om menselijke biologie steeds preciezer te bestuderen, zelfs buiten het lichaam. Zo werkt haar team met organoïden: miniatuurversies van menselijke weefsels die in het labo worden gekweekt en bepaalde functies van echte organen nabootsen. In combinatie met single-cell analyses — technieken die toelaten om individuele cellen apart te bestuderen — krijgen onderzoekers een ongezien gedetailleerd beeld van wat er tijdens ontwikkeling gebeurt. 

“Maar we botsen ook op grenzen,” nuanceert Spits. “Cellen functioneren niet in isolatie. In een lichaam beïnvloeden cellen elkaar voortdurend en reageren ze op hun omgeving. Dat volledige samenspel kunnen we in een schaaltje nooit helemaal nabootsen. Die complexiteit dwingt ons om voorzichtig te blijven in onze conclusies.” 

Genetische diversiteit binnen individuen

Wat haar vooral blijft drijven, is het idee dat ontwikkeling geen vast, lineair proces is, maar een dynamische vorm van evolutie. “We denken vaak in termen van één vast genome per persoon,” zegt ze, “maar dat klopt niet helemaal. Al heel vroeg ontstaat er genetische diversiteit binnen één individu.” Door kleine veranderingen tijdens celdelingen kunnen cellen genetisch licht van elkaar verschillen, met mogelijke gevolgen voor ontwikkeling en gezondheid later in het leven. 

“Eigenlijk,” zegt ze glimlachend, “doe ik nog altijd wat mij als student al fascineerde: evolutie bestuderen. Alleen niet over soorten of populaties, maar binnen ontwikkelende menselijke weefsels.” 

Als ze jonge onderzoekers één raad mag geven, is het deze: laat perfectionisme los. “Zoek iets wat je écht interesseert en probeer daar goed in te zijn,” zegt ze. “Excellentie is iets anders dan perfectie. Perfectionisme is de vijand van vooruitgang — en van geluk.”

Prof. dr. Claudia Spits is onderzoeksprofessor aan de Vrije Universiteit Brussel en verbonden aan de onderzoeksgroep Genetics Reproduction and Development (GRAD). Ze is internationaal erkend voor haar onderzoek naar stamcellen, genetische integriteit en vroege menselijke ontwikkeling. Haar werk bevindt zich op het kruispunt van fundamentele biologie en klinische toepassingen, met bijzondere aandacht voor infertiliteit en ontwikkelingsstoornissen. Spits leidt een multidisciplinair en internationaal team en is houder van een Methusalemmandaat van de Vlaamse overheid. 

Claudia Spits

What ’s in a name: Methusalem 

De Methusalemfinanciering is een van de meest prestigieuze en structurele onderzoeksfinancieringen in Vlaanderen. Het instrument werd opgezet door de Vlaamse overheid om uitzonderlijk wetenschappelijk talent aan Vlaamse universiteiten langdurig te ondersteunen in fundamenteel onderzoek. 

In tegenstelling tot klassieke projectfinanciering is een Methusalemmandaat niet gekoppeld aan één afgelijnd onderzoeksproject, maar aan een bredere onderzoeksvisie. Onderzoekers krijgen zo de ruimte om op lange termijn personeel aan te werven, infrastructuur uit te bouwen en wetenschappelijke risico’s te nemen — ook wanneer de uitkomst niet op voorhand vastligt. 

Een Methusalemmandaat loopt zeven jaar en kan na een grondige internationale evaluatie worden verlengd. De jaarlijkse financiering bedraagt enkele honderdduizenden euro’s tot bijna 1 miljoen euro per jaar, afhankelijk van de discipline en het onderzoeksprogramma. Over de volledige looptijd gaat het dus vaak om meerdere miljoenen euro’s. 

De selectieprocedure is bijzonder streng: universiteiten dragen slechts een beperkt aantal kandidaten voor, waarna internationale experten de wetenschappelijke kwaliteit, impact en toekomstvisie beoordelen. De Methusalemfinanciering geldt daardoor als een sterk kwaliteitslabel voor fundamenteel onderzoek in Vlaanderen.