“Zonder data blijven we blind voor een van de grootste gezondheidsrisico’s ter wereld”
Hydrologe en VUB-professor Ann van Griensven werkt al jaren aan een van de meest urgente, maar vaak onzichtbare uitdagingen van onze tijd: de kwaliteit van ons water. Vanuit haar expertise in hydrologie en watermodellering onderzoekt ze hoe natuurlijke processen en menselijke activiteiten samen de kwaliteit van rivieren, meren en reservoirs beïnvloeden. Klimaatverandering, verstedelijking en intensiever landgebruik zetten watersystemen wereldwijd onder druk, met verstrekkende gevolgen voor ecosystemen, economie en volksgezondheid. Toch ontbreekt vaak betrouwbare data om dit goed te begrijpen.
Van Griensvens onderzoek vertrekt vanuit die fundamentele leemte. Ze ontwikkelt modellen en meetstrategieën die waterkwaliteit beter in kaart brengen en beleidsmakers ondersteunen bij het nemen van gefundeerde beslissingen. “Waterkwaliteit blijft vaak onder de radar, net omdat gegevens schaars en ongelijk verdeeld zijn”, stelt ze. “Nochtans zijn de gevolgen enorm: wereldwijd wordt naar schatting de helft van de kindersterfte gelinkt aan slechte waterkwaliteit.”
In haar huidige onderzoek ligt de focus op het ontrafelen van de complexe wisselwerking tussen klimaat, landgebruik en menselijke activiteiten. Van Griensven bestudeert onder meer hoe extreme weersomstandigheden rivieren en meren beïnvloeden, en hoe landbouw, industrie en verstedelijking bijdragen aan vervuiling. “Een belangrijke doorbraak is de recente publicatie van een globaal waterkwaliteits- en waterkwantiteitsmodel met hoge resolutie, dat zowel huidige als toekomstige scenario’s kan simuleren”, zegt van Griensven. “Dat model maakt het mogelijk om vervuilingsbronnen te identificeren, risico’s in te schatten en gerichter in te grijpen om ecosystemen en waterdiensten te beschermen.”
Een tweede belangrijke pijler van haar onderzoek is de manier waarop data worden verzameld. Van Griensven combineert klassieke metingen met satellietbeelden, innovatieve meetnetwerken en artificiële intelligentie. Internet-of-Things-sensoren, ontwikkeld aan de VUB, meten onder meer temperatuur, troebelheid, elektrische geleidbaarheid, zuurgraad en zuurstofgehalte van water. Door die globaal in te zetten en slim te verbinden ontstaat een veel vollediger beeld van watersystemen, bruikbaar voor zowel wetenschap als beleid.
Burgerwetenschap van Dilbeek tot Bolivia
Daarnaast is van Griensven internationaal toonaangevend in het inzetten van burgerwetenschap. Via samenwerking met lokale scholen en gemeenschappen betrekt ze burgers actief bij dataverzameling en kennisopbouw. Zo werkt ze samen met inheemse gemeenschappen in Chojasivi in Bolivia, met lokale actoren rond het Titicacameer, in de Yala-moerassen aan het Victoriameer, maar even goed met 140 jongeren van 14 tot 16 jaar uit Dilbeek, die met burgerwetenschapstechnieken waterkwaliteit meten in hun eigen omgeving. Die aanpak versterkt niet alleen de datasets, maar vergroot ook het bewustzijn en de kennis rond waterkwaliteit, wat volgens van Griensven essentieel is voor duurzame verandering en “environmental justice”.
De maatschappelijke impact van dat werk wordt zichtbaar in concrete trajecten zoals UNESCO’s CRIDA-benadering (Climate Risk Informed Decision Analysis). Samen met overheden, ngo’s en lokale universiteiten brengt het team van van Griensven kwetsbaarheden, risico’s en mogelijke oplossingspaden in kaart. In Afrika en Latijns-Amerika ligt de focus op regio’s met structurele problemen, zoals illegale nederzettingen zonder afval(water)verwerking, een gebrek aan waterrechten en het toepassen van milieuregelgeving en het versterken van de lokale gemeenschappen in het overleg met de overheid. Vanuit die gezamenlijke analyse wordt gezocht naar haalbare interventies, waaronder natuurgebaseerde oplossingen. Het gaat dan over gecontroleerde overstromingsgebieden langs het Schelde-estuarium zoals in Kruibeke, of verder stroomopwaarts bij het Zennegat nabij Mechelen.
“In Vlaanderen wordt gekeken naar het belang van die natuurgebaseerde oplossingen voor het verbeteren van de waterkwaliteit en biodiversiteit”, zegt van Griensven. “Dat gebeurt in samenwerking met het Instituut voor Natuur en Bos, de Vlaamse Milieumaatschappij en met ngo’s zoals Waterland, Goodplanet en Natuurpunt.”
“Kindersterfte door vervuild water moet de wereld uit. Ik hoop dat we binnen tien jaar een duidelijk verschil zien”
Een mooi voorbeeld van de combinatie van globaal denken en lokale verankering is de uitgebreide case study in het stroomgebied van de Schelde. Dat bekken is economisch en ecologisch cruciaal, maar kampt met vervuiling door landbouw en industrie, verhoogde overstromingsrisico’s, habitatverlies en invasieve soorten. “De Schelde bundelt veel van de uitdagingen waar Europese regio’s vandaag voor staan”, aldus van Griensven. “Dat maakt het een bijzonder leerzame case.”
Voor de komende vijf tot tien jaar is van Griensvens ambitie duidelijk. In de eerste plaats wil ze licht werpen op het enorme wereldwijde datagat rond waterkwaliteit, met bijzondere aandacht voor Afrika, waar nauwelijks metingen beschikbaar zijn. Daarnaast wil ze via burgerwetenschap en samenwerking toewerken naar concrete actie en oplossingen, en de link tussen waterkwaliteit en gezondheid verder versterken, vooral voor vrouwen en kinderen. “Kindersterfte door vervuild water moet de wereld uit”, zegt ze. “Ik hoop dat we binnen 10 jaar een duidelijk verschil zien.”
De internationale erkenning die haar werk krijgt, vertaalt zich in nieuwe kansen en samenwerkingen. De ondersteuning van het AXA Research Fund geeft haar en haar team de ruimte om uiterst ambitieuze wetenschap te bedrijven, zoals de uitbouw van een globaal model en internationaal binnen de UNESCO-IHP (Intergovernmental Hydrological Programme), UNESCO Biosphere Reserves en UNEP World Water Quality Alliance.
Ann van Griensven is professor hydrologie en waterkwaliteit aan de Vrije Universiteit Brussel, waar zij hoofd is van het Department of Water & Climate. Ze bekleedt de AXA Chair on Water Quality and Global Change en is UNESCO Chair on Open Water Science and Education. Haar onderzoek combineert data-gedreven modellen, metingen en burgerwetenschap om waterkwaliteit beter te begrijpen en om te zetten in beleid en maatschappelijke impact.
What’s in a name: de AXA Chair
Het onderzoeksprogramma van Ann van Griensven wordt ondersteund door de AXA Research Chair on Water Quality and Global Change. De leerstoel, ter waarde van 1 miljoen euro en gefinancierd door het AXA Research Fund, loopt over een periode van 5 jaar en is ondergebracht aan de Vrije Universiteit Brussel. De middelen worden ingezet voor fundamenteel en toegepast onderzoek, de ontwikkeling en uitrol van meetinstrumenten, burgerwetenschap, internationale dataverzameling, geavanceerde modelontwikkeling en de opleiding van jonge onderzoekers, waaronder doctoraatsstudenten en postdoctorale fellows.
De leerstoel stimuleert expliciet samenwerking tussen universiteiten, overheden, ngo’s, industrie en burgers, met als doel wetenschappelijke kennis sneller te vertalen naar beleid en praktijk. Met de leerstoel bouwt AXA verder op zijn langdurige engagement voor academisch onderzoek in België. De voorbije 15 jaar kende het AXA Research Fund bijna 9 miljoen euro toe aan Belgische onderzoeksprojecten, waaronder meerdere initiatieven rond milieu en klimaat, maar met slechts 1 AXA Chair in Vlaanderen.
Voor Ann van Griensven betekent de leerstoel niet alleen erkenning, maar vooral de vrijheid en het vertrouwen om haar ambitieuze visie op waterkwaliteit en mondiale verandering verder uit te bouwen. “Het AXA Research Fund geeft mij alle vrijheid”, aldus van Griensven. “Bij AXA zijn ze kennelijk onder de indruk van de transdisciplinaire aanpak waarbij we samenwerken met locale gemeenschappen, burgers, NGO’s en overheden. Ons werk insprireerde AXA voor het opstarten van de nieuwe call ‘Human Progress’. Ze willen geen wetenschap financieren die zich enkel binnen de muren van een labo afspeelt en vinden de science-policy interface zeer belangrijk.”