Met een ondergrondse telescoop op zoek naar de fundamenten van het heelal

Ontploffende ster

In wetenschapskringen wordt de bouw van de Einsteintelescoop nu al het meest opwindende project van de eeuw genoemd. Dankzij bijzonder geavanceerde technologieën, waarvan sommige ontwikkeld worden aan de VUB, zal men hiermee zwaartekrachtgolven zo nauwkeurig kunnen bestuderen dat ze ons inzicht bieden in kosmologische fenomenen waarover we nu nog – letterlijk – in het duister tasten.  

Welke fysieke krachten en subnucleaire reacties deden het heelal ontstaan? Wat gebeurt er als twee neutronensterren botsen? Waren de wetten van de fysica altijd dezelfde? Het zijn maar enkele vragen waar wetenschappers uit allerlei disciplines doodgraag een antwoord op zouden willen, maar met de huidige technologieën blijven ze helaas op hun honger zitten. Sinds de eerste waarneming van zwaartekrachtgolven – amper 11 jaar geleden – komen die antwoorden ineens dichterbij.  

Om zwaartekrachtgolven te bestuderen heb je wel een specifiek soort telescoop nodig. Stel je daar geen enorme schotels bij voor; dit type telescopen bestaat uit kilometerslange buizen waarin laserstralen worden afgeschoten. Er zijn al een paar van dit soort observatoria op verschillende plaatsen ter wereld, maar omdat de mogelijkheden daarvan beperkt zijn, werd onlangs besloten om een nieuwe te bouwen: de Einsteintelescoop. Deze versie zit zowaar... diep onder de grond. Het is  – zonder overdrijven – een van de meest opwindende wetenschappelijke projecten van deze eeuw… 

“Dit is wetenschap aan de grens van het mogelijke – en er misschien zelfs voorbij” 

Zwaartekrachtgolven

Zwaartekrachtgolven zijn de sleutel tot het ontsluieren van heel wat geheimen over ons heelal. Ze ontstaan als enorme massa’s extreem snel (en versneld) bewegen – rond hun as draaien of botsen met een andere massa, bijvoorbeeld. Vervolgens verplaatsen ze zich door het heelal zoals de rimpelingen in een vijver als je daar een steen in gooit. Met zwaartekrachtgolven kun je fenomenen bestuderen waarbij geen licht wordt geproduceerd, dat door klassieke telescopen kan worden waargenomen. Zowat honderd jaar geleden formuleerde Einstein er al een theorie over, maar het duurde tot 14 september 2015 vooraleer ze voor het eerst werden waargenomen. 

Altmans

“Dat was een onverhoopt succes,” vertelt professor Alexander Sevrin, voorzitter van de vakgroep Fysica en Sterrenkunde aan de VUB. “Zwaartekrachtgolven zijn namelijk heel zwak als je ze vergelijkt met bijvoorbeeld elektromagnetische straling. Ik herinner me nog dat ik mijn studenten vroeger altijd waarschuwde: zwaartekrachtgolven zullen nooit waargenomen worden in mijn leven en waarschijnlijk ook niet tijdens jullie leven. Ik ben heel blij dat ik met mijn voorspelling fout zat, maar dit is dan ook wetenschap aan de grens van het mogelijke – en er misschien zelfs voorbij. Wat we proberen te meten zijn afwijkingen van 1 attometer – dat is dus een 10⁻¹⁸ meter, ofwel minder dan een duizendste van een proton, en dat in interferometers die vele kilometers lang zijn. Dat is te vergelijken met de dikte van een haar op een afstand van de aarde tot de dichtstbijzijnde ster buiten ons zonnestelsel – zowat 5 lichtjaar hier vandaan.”

“Met de Einsteintelescoop komen we meer te weten over de dark ages van het universum. Dat is de periode tussen de Big Bang en het ontstaan van de eerste sterren – een periode waarin het heelal al bestond, maar waarin er nog geen licht was” 

Lasers door tunnels schieten

Voor het ontwerp van de Einsteintelescoop werd gekozen voor 3 tunnels van elk 10 kilometer lang die op een diepte van 250 à 300 meter een driehoek vormen. Door die tunnels worden laserstralen gestuurd die vervolgens door uiterst precieze spiegels weerkaatst worden. De aanwezigheid van zwaartekrachtgolven kan worden afgeleid door minuscule afwijkingen van de weerkaatste stralen.  

Sevrin is, samen met professor Hugo Thienpont van B-PHOT, al sinds 2018 bezig om de bouw van de Einsteintelescoop op de rails te zetten. De VUB is bij 3 aspecten ervan betrokken: bij het bodemonderzoek op een van de mogelijke locaties van de telescoop, bij het bouwen van de spiegels en bij het ontwikkelen van de meetinstrumenten.

“Die spiegels zijn een ongelooflijk huzarenstukje waar maar een paar labo’s ter wereld toe in staat zijn,” licht Sevrin toe. “Ze worden gemaakt uit silicium, wat nog nooit iemand eerder heeft gedaan, en hebben een precisie van minder dan 1 ångström – een atoom dus. Die bereiken ze door met ionenstralen atomen weg te schieten die voor onzuiverheid kunnen zorgen.” 

Uiteraard is ook de vakgroep van professor Sevrin zelf rechtstreeks bij het project betrokken. “Het is onze taak om te definiëren welke onderzoeken we met de Einsteintelescoop kunnen opzetten. Dat is een hele waslijst. Hiermee kunnen we bijvoorbeeld naar de dark ages van het universum kijken. Je mag dat heel letterlijk nemen; dat is de periode tussen de Big Bang en het ontstaan van de eerste sterren, zowat 150 miljoen jaren later. Er was dus een hele periode waarin het heelal al bestond, maar waarin er nog geen licht was. Die periode kunnen we dus enkel onderzoeken met de Einsteintelescoop, want toen waren er wel al zwaartekrachtgolven. De Big Bang zelf gaan we de komende decennia allicht niet kunnen zien – dat zal helaas voor de generatie na mij zijn.” 

Inzicht in kernfysica

Nu al staat vast dat de Einsteintelescoop voor enorme omwentelingen gaat zorgen in de kosmologie en de elementairedeeltjesfysica. De Einsteintelescoop zal het mogelijk maken om het gedrag te bestuderen van materie bij enorm grote dichtheid en druk, condities die onmogelijk in een laboratorium gerealiseerd kunnen worden. Daarenboven krijgen wetenschappers ook meer inzicht in astrofysica omdat men met de Einsteintelescoop heel goed supernovaontploffingen van sterren kan onderzoeken. 

Zowel Europa als de VS investeerden eerder al in detectoren om zwaartekrachtgolven waar te nemen. De Advanced Virgo (in Europa) en Advanced LIGO (in de VS) konden in augustus 2017 de zwaartekrachtgolven waarnemen die veroorzaakt werden door het samensmelten van twee neutronensterren. Dat zijn extreem compacte restkernen van zware sterren die na een supernova-explosie ingestort zijn, waarbij de protonen en elektronen samengesmolten zijn tot neutronen. 

“Met die voorlopers van de Einsteintelescoop hebben we ontdekt dat zowat alles wat we dachten te weten over zwarte gaten helemaal fout was. (lacht) Daarnaast zijn we er ook in geslaagd om Einsteins algemene relativiteitstheorie, die hij nota bene rond 1915 heeft neergepend, in extreme omstandigheden aan de praktijk te toetsen, en die blijkt dan weer helemaal te kloppen. Anderzijds weten we bijvoorbeeld nog altijd niet hoe neutronensterren in elkaar zitten. Het heelal zit er vol van en er bestaan heel wat uiteenlopende theorieën over hun samenstelling. Met de Einsteintelescoop gaan we allicht een groot deel van die theorieën naar de prullenmand kunnen verwijzen en zo bij de juiste terechtkomen. Daar gaan de volgende generaties wetenschappers nog een hele tijd zoet mee zijn.” 

Vrouw in luchtdichtpak is bezig met hightech apparatuur

Stevige economische return

Het EMR-consortium dat de Einsteintelescoop wil bouwen in het drielandenpunt België-Duitsland-Nederland (zie het kaderstuk hieronder) begroot het project op circa 3 miljard euro. “Dat lijkt enorm veel, maar voor dit soort mijlpalen in de geschiedenis van de wetenschap valt dat eigenlijk nog wel mee. De bouw van de Large Hadron Collider (LHC), de bekendste deeltjesversneller van het CERN, kostte in totaal zowat 4 miljard euro, en de experimenten die ze ermee hebben uitgevoerd bijna nog eens zoveel. De bouw en ontwikkeling van de James Webb Space Telescope heeft in totaal ongeveer 8,5 miljard euro gekost.” 

In afwachting daarvan is men wel al de technologie aan het ontwikkelen die nodig zal zijn zodra voor de werking van de Einsteintelescoop. Maar volgens Sevrin is dat geen gok: ook al wordt de bouw van de Einsteintelescoop niet aan het consortium toegekend waar België bij betrokken is, dan nog zullen die investeringen lonen.  

“Voor het metaal dat we nodig hebben om de 120 km lange vacuümbuizen te bouwen waarin die uiterst precieze laserstralen gestuurd worden is er bijvoorbeeld een mooie samenwerking ontstaan tussen de metallurgiespecialisten van de universiteit van Gent en Belgische staalbedrijven. Stel dat de keuze voor de bouw van de ET naar een van de andere consortia gaat, dan is de kans groot dat zij nog altijd het metaal voor de buizen gaan mogen leveren. En ook voor andere toepassingen komt die knowhow vast nog wel van pas. Hetzelfde geldt voor de ontwikkeling van de silicium gebaseerde optica dat aan de VUB gebeurt.” 

De economische return van dit project kan aanzienlijke proporties aannemen. “Elke euro die eraan wordt uitgegeven zal ongeveer 3 euro opleveren aan onze economie,” berekent Sevrin. “Voor mij persoonlijk volstaat de intrinsieke wetenschappelijk waarde van dit project, maar in de huidige economische realiteit zijn dergelijke overheidsinvesteringen uiteraard enkel te verantwoorden als ze de maatschappij ook rechtstreeks ten goede komen.”

Wie van de drie? 

Dát de Einsteintelescoop er komt, ligt vast. De locatie, dat is een ander paar mouwen. Drie locaties komen in aanmerking: het Italiaanse Sardinië, de Duitse deelstaat Saksen en de Maas-Rijn Euroregio (het drielandenpunt België-Duitsland-Nederland). Achter elk van die locaties schuilt een consortium dat er alles aan doet om ervoor te zorgen dat de bouw aan hen wordt toegekend. 

Elke regio heeft zijn voor- en nadelen, vertelt Sevrin. “Hoewel Italië voortdurend opgeschrikt wordt door aardbevingen, is Sardinië door zijn tektonische ligging blijkbaar bijzonder stabiel. Dat is natuurlijk niet onbelangrijk als je metingen gaat uitvoeren waarbij een afwijking van een miljoenste van een millimeter op een afstand van 10 kilometer zelfs niet toegestaan is. Maar de bouwlocatie daar ligt letterlijk in the middle of nowhere. Er is daar niets en je geraakt er maar heel moeilijk. Dat is dan weer ons grootste voordeel: binnen een straal van 50 kilometer vind je hier tientallen universiteiten en onderzoekscentra die een bijdrage kunnen leveren aan het project of van de aanwezige technologie gebruik kunnen maken.” 

De Einsteintelescoop zal ondergebracht worden in de diepe ondergrond. “Dat is om zo ver mogelijk verwijderd te zijn van alles wat onder noise valt. Als er auto of een wandelaar voorbijkomt – zelfs als een koe boven de Einsteintelescoop een wind laat – dan merk je dat al aan de metingen. Dat soort afwijkingen kun je wel wegcijferen door je resultaten te vergelijken met andere stations, maar het is natuurlijk beter om dat tot een absoluut minimum te beperken. In ons ontwerp worden de tunnels geboord in een harde granieten onderlaag, wat goed is voor de stabiliteit, waar een dikke turflaag bovenop ligt, die voor de nodige demping zorgt. Voor de zwaartekrachtgolven zelf maakt dat niet uit; die gaan door alles heen.” 

Welk project het zal halen, weten we allicht pas ergens in de herfst van 2027. “Een van de belangrijkste criteria is het budget”, legt Sevrin uit. “Het consortium dat het eerst zijn budget rond krijgt kan normaliter aan de bouw beginnen.” 

De eerste experimenten zullen allicht pas eind de jaren ’30 plaatsvinden, waarvan men de resultaten in de jaren ’40 zullen zal kunnen bestuderen. De bedoeling is dat de Einsteintelescoop zowat 80 jaar zal meegaan, waarbij de instrumenten weliswaar geregeld zullen worden vervangen.  

 

Kom alles te weten over de Einsteintelescoop

Expo, panelgesprek, workshops, filmavond en scholenprogramma over de Einsteintelescoop en de geheimen van het heelal:
 

Professor Alexander Sevrin is gewoon hoogleraar fysica aan de Vrije Universiteit Brussel, gespecialiseerd in hoge-energiefysica en zwaartekrachtgolven. Hij combineert fundamentele theorie met experimenteel onderzoek en draagt bij aan internationale samenwerkingen zoals LIGO, Virgo en KAGRA. Zijn onderzoek focust op zwarte gaten, zwaartekrachtgolven en de fundamenten van het universum. Binnen de VUB speelt hij ook een actieve rol in projecten rond de Einsteintelescoop en geavanceerde interferometrie, waarmee hij meebouwt aan technologie die nieuwe inzichten moet opleveren over het vroege heelal en extreme kosmische fenomenen.

Portret Alexandre Sevrin

In dit artikel :

  • Waarom botsen onderzoekers vandaag nog op grenzen in hun zoektocht naar de oorsprong van het heelal?
  • Hoe maakt een ondergrondse telescoop met lasers en spiegels het onzichtbare universum toch meetbaar?
  • Wat kunnen zwaartekrachtgolven ons leren over fenomenen zoals neutronensterren en de “donkere periode” na de Big Bang?
  • Welke technische en praktische uitdagingen bepalen waar en hoe de Einsteintelescoop gebouwd wordt?